
Gabriël de Sylvius is geboren op 7 december 1626. Hij was dus van dezelfde leeftijd als prins Willem II, aan wiens hof hij page werd. In welk jaar hij precies naar Den Haag kwam heb ik helaas niet kunnen achterhalen, maar ik vermoed dat dat ergens gebeurde tussen 1630, toen de gouverneur van Orange voor problemen zorgde, en 1635, toen er een Verbond met Frankrijk werd gesloten. In beide zaken speelde de Zeeuw Johan de Knuyt (1587-1654) een belangrijke rol. De Knuyt behield voor prins Frederik Hendrik het Prinsdom. In een eerdere versie van Buat was het De Knuyt die Sylvius meenam naar de Republiek. Daar had men van zijn heldenrol gehoord en de pages waren dan ook diep onder de indruk van De Knuyt. Wanneer Sylvius later ook een poging doet om Orange te redden, moet hij zeker aan De Knuyt gedacht hebben. Vanwege de omvang van het boek is die achtergrondinformatie helaas gesneuveld. Mogelijk publiceer ik het oorspronkelijke hoofdstuk nog eens op deze site, want het avontuur van De Knuyt in Orange is adembenemend.

Hoe het ook zij, prins Frederik Hendrik had er baat bij om de inwoners van Orange aan zich te binden. Ik neem aan dat hij om die reden de jongste zoon van de predikant van Orange (David Sylvius, een dominee van Schotse afkomst) aan de hofhouding van zijn zoon toevoegde. Sylvius had een oudere zuster (Judith de Sylvius, geboren in 1623 – zij wordt in Buat niet genoemd) en een oudere broer (Jean de Sylvius, geboren op 21 januari 1625), die zou opklimmen tot procureur generaal van Orange. Er waren nog twee jongere zusjes, Marthe en Laure, die ook niet in het boek voorkomen. Bron: genealogie Sylvius. Vanwege zijn Schotse afkomst heb ik Sylvius roodharig gemaakt. Helaas zijn mij geen afbeeldingen van hem bekend.
In Buat wordt Sylvius (zoals ik Gabriël vanaf nu zal noemen) aan het Hof van Oranje in Den Haag (dus niet: het prinsdom Orange) wegwijs gemaakt door de jonge Buat. Ze delen een kamer in het Pageshuis aan het Buitenhof. Omdat ze beiden elkaars eenzaamheid verdrijven, worden ze vrienden voor het leven, ondanks hun onderlinge verschillen. Buat is een sportman, Sylvius meer een studiebol: hij kan al lezen en schrijven en spreekt Frans, Nederlands en Engels (en later ook wat Duits en Latijn). Hij reisde als edelman (escuyer) mee met prinses royaal Mary Stuart naar Engeland in 1660 en besloot aan het Engelse hof te blijven na haar dood. Hij probeerde in de gunst te komen van koning Charles II en stond onder bescherming van Lodewijk van Nassau-Beverweerd (1602-1665), de Nederlandse ambassadeur in Londen en na diens dood ging Sylvius over naar Henry Bennet (1618-1685), lord Arlington, de Secretaris van Staat van Charles II.

Over het leven van Sylvius heeft Jacob Hendrik Hora Siccama een biografie geschreven, die helaas pas rond 1660 begint. Over zijn jonge jaren zegt hij weinig. Ook heeft Siccama de bemoeienissen van Sylvius rond het prinsdom Orange buiten beschouwing gelaten. Die zijn gelukkig goed beschreven in het proefschrift Het geschil over het Prinsdom Oranje in de jaren 1650-1660, van Johanne M. Sernée (1916). Hierin wordt uit de doeken gedaan hoe de missie van Sylvius uiteindelijk mislukt: Orange valt in de handen van Lodewijk XIV. Daarnaast wordt er over Sylvius ook veel gezegd in de Journalen van Constantijn Huygens jr. Leg je deze geschriften naast elkaar, dan ontstaat er een redelijk scherp beeld van het karakter van Sylvius.
Sylvius was in tegenstelling tot Buat, Langerak en D’Aumale niet zo geschikt voor het leger. Ik vermoed dat hij er geen talent voor had. Wanneer de prinses royaal en Beverweerd een verzoek aan raadpensionaris De Witt sturen om Sylvius een compagnie te gunnen, wordt dat verzoek door Johan de Witt niet gehonoreerd. In mei 1662 schrijft Sylvius eigenhandig een brief aan De Witt om hem aan de recommandaties van Beverweerd en prinses Mary Stuart te herinneren. Hij spreekt het voornemen uit om vóór de volgende vergadering van de Staten van Holland naar de Republiek te komen om De Witt te kunnen overtuigen. De Witt heeft niet geantwoord en Sylvius kreeg geen compagnie.

Sylvius probeerde in Londen aan de kost te komen, maar allerlei vage projecten mislukten en er restte hem slechts om iets met zijn talenkennis te doen. Hij vertaalde brieven voor Henry Bennet die inmiddels verheven was tot Lord Arlington. Arlington zette Sylvius op het diplomatieke pad. Al had hij daar niet de doortastendheid voor, want achteraf bezien kun je zeggen dat alle diplomatieke missies van Sylvius zijn mislukt. Mannen als Van Beuningen, Van Beverningk en Arlington zelf hadden op dat gebied veel meer inzicht. Niet iedereen is van nature geschikt voor de diplomatie. Wanneer de geslepen topdiplomaat Sir George Downing (1623-1684) in 1665 Den Haag verlaat omdat het hem er te heet onder de voeten wordt, besluit Arlington om Sylvius een kans te gunnen. De Republiek en Engeland zijn in oorlog, en dus is er wel een vorm van (informeel) contact nodig. Sylvius krijgt van Arlington opdracht om zich in verbinding te stellen met zijn oude mede-page Henri de Fleury de Coulan, sieur de Buat…
Buat draait vooral om de verstandhouding tussen deze twee gezworen vrienden, die zich toevallig in verschillende kampen bevinden.