Een huwelijk in Londen
***DISCLAIMER: deze toelichtingen op de hoofdstukken van Buat bevatten spoilers.***
Het huwelijk tussen de veertienjarige prins Willem II en de negenjarige prinses royaal Mary Stuart is voor het boek ‘Buat’ van belang omdat het de huizen van Oranje en Stuart aan elkaar verbindt. Een feit dat de loop van de geschiedenis heeft bepaald. Ik moest het dus opnemen in mijn boek.
Veel informatie in dit hoofdstuk is afkomstig uit secundaire bronnen, met name Kernkamp’s ‘prins Willem II 1626-1650’ en Geyl’s ‘Oranje en Stuart’. Een belangrijke primaire bron is het persoonlijke verslag van prins Willem II van de reis. Deze is (deels) uitgegeven in 1906 door F.J.J. Krämer (overigens gebaseerd op handgeschreven kopieën uit het archief van Dessau).[1] Ik heb me gebaseerd op de originelen.

Interessant is de lijst van ‘persoonen’ die met de prins meereisden. In een eerdere versie van ‘Buat’ kwamen enkelen aan bod. Zo speelde oorspronkelijk de Baron de Slavada een rol (die later zou trouwen met de grand maîtresse van De Orde van de Vereniging der Vrolijkheid, Amélie van Brederode) en vader en zoon Vane (die ook nog in Buat voorkomen). Omdat De Knuyt al uit eerdere versies was verdwenen, moest ik hem hier helaas ook achterwege laten. Uiteindelijk is alleen de anekdote over de prins van Talmont overgebleven, omdat hier de eerste scheurtjes in de vriendschap tussen prins Willem en Talmont verschenen. Dat opende perspectieven voor ritmeester Buat om diens plek als beste vriend in te nemen.

Henri de Fleury de Culan wordt niet bij name genoemd in de lijst, maar er gingen zeven pages mee en nog 102 andere dienaren, dus men kan gerust aannemen dat Buat, Sylvius, Langerak en Boreel zijn meegereisd. Meestal waren er aan het hof zo’n zeven, acht pages. Tijdens het verblijf in Londen zullen de jonge pages hun banden met de andere edellieden (zoals de Rijngraaf, Beverweerd, Zuylestein) en militairen (zoals De Marlot, Gleser en Van Solms) hebben verstevigd. Dat bracht mij op het idee om de kennismaking met de Bennets en Killigrews hier te laten plaatsvinden, en, hoewel er geen enkel bewijs is dat dat werkelijk zo heeft plaatsgevonden, vermoed ik dat het niet ver bezijden de waarheid is. Deze reis naar Londen was omgeven met vele feestelijkheden en plichtplegingen waarin hovelingen van beide hoven met elkaar in contact kwamen. Niet voor niets trouwt Heenvliet met Katherine Stanhope. Het gezelschap werd niet in Whitehall Palace ondergebracht maar in Arundal House. Dat de pages bij de Bennets en Killigrew logeerden heb ik verzonnen. Dat Henry Bennett en William Killigrew neven waren niet.
De verwijzing naar de oude Berenbijt van Henry VIII, de ronde kuil waarin beren met honden vochten voor een gokkend publiek, komt voort uit een passage uit het dagboek van Johan de Witt toen hij nog geen vijf jaar later in zijn Groote Toer (Grand Tour) Londen bezocht. Dat er later (ook) een Berenbijt vlak naast de Globe van Shakespeare stond is te zien op de kaarten uit die tijd.

Strafford
In het midden van het hoofdstuk is er een vrij uitgebreid stuk over de onthoofding van Thomas Wentworth, de eerste graaf van Strafford, die door Charles I werd opgeofferd in zijn strijd met het Parlement. Charles tekende het executiebevel omdat hij dacht daarmee het Engelse Parlement tevreden te stellen. Strafford was een persoonlijke vriend van hem.
De onthoofding vond plaats kort na de huwelijksplechtigheid van prins Willem en heel Londen was uitgelopen om het bij het plein van de Tower mee te maken. Het aantal van 300.000 toeschouwers werd in contemporaine bronnen genoemd (en zal dus wel enigszins overdreven zijn). In Buat leg ik de kwestie Strafford niet uit. Buat en Sylvius, die een bezoekje aan de Berenbijt wilden brengen, zijn er toevallig getuige van en hebben geen weet van alle ins en outs. Buat betreurt het dat hij de Berenbijt niet heeft bezocht, hij blijkt slecht bestand tegen onthoofdingen.

Dat Buat en Sylvius er toevallig getuige van waren in mijn versie van het verhaal bood mij een mooie gelegenheid om te verwijzen naar het lot dat Buat ooit zelf zou ondergaan. Net als bij Strafford had hij geen idee.
Het hoofdstuk eindigt abrupt met de dood van Buat’s vader. Zoals ik elders reeds beschreven heb, stierf Buat sr in mei 1641. Toen ik besefte dat dat dus gebeurd moest zijn terwijl Buat in Londen was, begon ik te twijfelen aan het waarheidsgehalte van mijn verhaal: zou hij in werkelijkheid in Den Haag gebleven zijn om zijn vader bij te staan? Was hij toevallig de achtste page die thuisgebleven was? Om aannemelijk te maken dat Buat toch naar Londen was geweest, moest ik hem geen al te sterke band met zijn vader geven.
[1] https://www.dbnl.org/tekst/_bij005190601_01/_bij005190601_01_0009.php