Een naderend afscheid
***DISCLAIMER: deze toelichtingen op de hoofdstukken van Buat bevatten spoilers.***
De informatie in dit hoofdstuk is afkomstig uit de correspondentie van raadpensionaris Johan de Witt zelf. Zo schreef Johan op 21 april 1665 onderstaande brief aan zijn broeder Cornelis, ‘de heer ruwaard van Putten, Gecommitteerde Raad van Staten van Holland en West-Friesland, wonende op de Prinsegracht in ’s Gravenhage.’

Johan vertelt dat hij op de morgen van zijn vertrek uit Den Haag (20 april 1665) nog contact heeft gehad met de Franse afgezant De Tassin de Torsay om hem gerust te stellen: Johan zou ervoor zorgen dat Frankrijk steeds op tijd alle informatie zou ontvangen. Omdat de Tassin de Torsay de broer is van Tassin d’Alonne, die later in het boek een rol speelt, vond ik het leuk om deze gezant te noemen.
De rest van de informatie komt uit andere correspondentie.
Op 23 april 1665 schrijft Johan de Witt zijn neef Nicolaas Vivien over zijn vertrek naar de vloot.
(Aan Nicolaas Vivien. 23 April 1665).
“Mijn heere ende neve ,
UwEd.ts missive van huyden is my desen avondtentrent ten 7 uyren wel behandicht. Het sal my sonderling aengenaem ende oock ten hoochsten noodich sijn, soo voor den dienst van ’t landt als voor UwEd.ts gemack ende gerieff, dat UwEd. t’mynen huyse zyne besoignes gelieve te doen ende aldaer syne nachtruste te nemen.”
Deze zin is overgenomen in de dialoog die Johan de Witt in dit hoofdstuk met zijn boer en neef voert. Cornelis en Vivien zijn in het boek op bezoek gekomen om Johan gedag te zeggen.
In werkelijkheid heeft dit bezoek nooit plaatsgevonden. Johan heeft zijn broer en neef via de hierboven vermelde brieven op de hoogte gesteld van zijn beslissing om naar de vloot te gaan, terwijl hij zich al op een zeiljacht bevond, ‘zeilend tussen Wieringen en Texel’.
Uit de brief blijkt nóg een feitje dat niet strookt met de waarheid. In het boek Buat woont Cornelis op het Lange Voorhout, maar volgens deze brief van Johan woonde Cornelis in april 1665 op de Prinsegracht. Omdat ik graag wilde dat alles zich afspeelde op de vierkante kilometer rond het Binnenhof en Cornelis later dat jaar naar het Voorhout zou verhuizen, heb ik deze eerdere verblijfplaats van Cornelis achterwege gelaten. Dat bespaarde mij (en hem) een verhuizing.
